‘Ik kan niet meer’, riep Lowell uit toen hij mijn praktijk binnenviel. ‘Ik ben zo uitgeput van die razende stem in mijn hoofd. Ze laat me niet slapen, gooit mijn maag overhoop en ik zit onder de stress. Zie mij trillen. Zo kan ik niet verder.’

‘Oei’, verschiet ik. ‘Wat is er juist aan de hand? Waar moet je zo aan denken?’

‘Vorige week vertelde mijn manager me dat mijn collega bang is om met mij samen te werken. Ze vindt dat ik roep tegen haar. Ik heb er al een week niet van gegeten of niet door geslapen. Ik lig er uren aan te denken en ik durf mijn collega niet meer aan te kijken. Echt waar, het spookt de hele tijd door mijn hoofd. Ik kan niet stoppen met hierover te denken. Ik wil wel stoppen, ik weet dat het geen zin heeft, maar ik kan het niet. Het is een soort gevecht in mij van stommeling dit is toch niet nodig, naar waarom moet dit mij nu weer overkomen. Ben ik dan zo slecht? Ben ik dan zo onwaardig? Ben ik zo’n slechte collega? Doe ik mijn werk dan zo miserabel? Ik heb deze week nog niet kunnen eten, mijn maag zat helemaal in de knoop. Ik heb dan wel zin en maak iets klaar, maar vanaf mijn gedachten terug naar mijn collega gaan is mijn eetlust helemaal over. En de nachten. Man, de nachten. Ik heb elk uur gezien van de nacht. Elke keer ik bijna wegdommel, denk ik weer aan mijn werk en aan ik, die geen toffe collega ben. Ik, die niet aangenaam is. Ik, die niet gewaardeerd wordt. Ik, waar mensen bang van zijn’

‘Wat doet dat juist met jou? Wat voor gevoel geeft deze situatie?’ vraag ik hem.

Lowell stopt en kijk me aan. Vervolgens zie ik hem zijn aandacht verschuiven naar zijn binnenste. Zijn ogen draaien naar beneden en ik zie hem voelen en zoeken naar woorden om alles te omschrijven. ‘Tja, wat doet dat met mij? Euhm. Falen, denk ik, angst om door de mand te vallen. Angst om alles verkeerd te doen. Maar vooral angst om het niet beter te kunnen en dus eigenlijk niet goed genoeg te zijn.’

‘Hoelang zit je al met dat gevoel? Of hoeveel ben je hier al mee bezig geweest in je leven?’

Lowell is weer even stil en voelt na wat hij hierop wil antwoorden. Welke omschrijving juist klopt voor hem want hij wil niet meer zo van streek zijn en natuurlijk wil hij ook zijn best doen. Door woorden te geven op die moeilijke vragen van mij, moet hij wel vertragen. Moet hij checken met zijn binnenwereld. Deze vertraging is vaak moeilijk en tegelijkertijd enorm deugddoend.

Lowell begint te zuchten. Hij krijgt tranen in zijn ogen en schudt zijn hoofd heen en weer. ‘Al zo lang, verdorie, al zo lang. Ik zit hier al zo lang mee. Ik heb hier al zo veel over nagedacht. Ik twijfel al zo lang over of ik wel capabel ben en goed genoeg ben. Ik kan me eigenlijk niets anders herinneren. Ik heb al zoveel nachten hierover getwijfeld. Ik heb al uitnodigingen en werkaanbiedingen afgeslagen uit angst dat anderen gaan merken dat ik niet zo bekwaam of sociaal vaardig ben. Dagen verprutst met zoeken naar bewijzen of ik nu wel of niet goed genoeg ben. En elke keer die maagpijn, die soms weken aanhoudt en waardoor alle eetlust wegvalt. En daarna mee mijn nachten nog eens moeilijker maakt. Zo lang, Sophie. Ik ben het zo beu om dat de hele tijd te moeten denken en afvragen en me zo te voelen. Zo beu.’

Of het nu over een collega is, familie of je partner, piekeren en niet kunnen stoppen met malen over mensen, omstandigheden of beslissingen, ik denk dat het voor niemand onbekend is. Betrap mezelf er ook nog op. En is de klacht die ik het meest tegenkom in mijn praktijk. Hoe kan je er dan beter in worden? Hoe kan je hiervan afgeraken?

Elk van de drie pijlers die ik ontwikkelde kan hierbij helpen. Eentje of soms twee of misschien zijn alle drie wel nodig, maar helpen zullen ze je. Zolang je ze toepast, oefent en niet vergeet.

Pijler 1: zorg goed voor je zenuwstelsel door te vertragen en tijd te maken jezelf. Daarnaast ook door te leren in het nu en in je lichaam te leven in plaats van in je hoofd.

Of pijler 2: zijn je gedachten ongeleide profielen die overal naartoe schieten? Dan kan je leren ze zelf te focussen naar een gezonde manier van denken. Niet zo moeilijk hoor maar je moet jezelf wel vaak terughalen wanneer je het vergeet.

Of pijler 3: luisteren naar wat je gevoelens over deze gedachten je komen vertellen, misschien moet je echt wel iets doen of verwerken of een plek geven voor je ermee kan stoppen.

Zo ontstond het tweede boek over geluk en gezond omgaan met gevoelens. Dit keer vergaten we ook niet het denken en ons lichaam te betrekken in het geheel. Geen stukje meer maar het geheel leren en toepassen.

Cover nieuw boek over Geluk